Wijnkennis

Ontdek meer over de historie, achtergrond en bereiding van de Limburgse wijnen

Screen Shot 2020-06-07 at 7.02.27 PM.png

WIJN PROEVEN

1. KIJKEN

De kleur en tint van je wijn bepaal je best op een witte achtergrond. Je ontdekt de helderheid en de dikte & snelheid van de tranen (viscositeit). Dit laatste zegt niets over de kwaliteit van de wijn, wel over het alcohol- en suikergehalte

2. RUIKEN

Houd het glas vlak onder je neus en neem één snuif om je neus op te warmen.

3. WALSEN

Door het walsen voeg je zuurstof toe in je glas waardoor er meer aroma’s vrijkomen. De geuren zijn duidelijker waarneembaar en intenser.

4. OPNIEUW RUIKEN

Ruik dit keer langer en langzamer aan de wijn. Ruik je fouten? Welk type aroma’s vind je terug? Ontdek het via het aromawiel.

5. PROEVEN + LUCHT AANZUIGEN

Neem een grote slok gevolgd door enkele kleinere slokjes. Op die manier kan je het best smaken isoleren en herkennen. Door het aanzuigen van lucht zal je de aroma’s duidelijker kunnen proeven. Let extra goed op de zoetheid, zuurtegraad, tannines, alcohol en body van de wijn. Succes!

6. NADRONK

Met de afdronk van de wijn wordt de nasmaak bedoeld. Dit zijn dus de indrukken die in je mond achterblijven nadat je de wijn hebt doorgeslikt. Bij een goede afdronk blijft de smaak lang hangen. De smaken en indrukken blijven dan lang in je mond.

7. GENIETEN

DRUIVEN

Eerst gaan de wijnboeren hun druiven oogsten. Handmatige pluk en koeling tijdens transport naar de wijnmakerij zijn methodes om het risico van oxidatie te beperken. Hierna worden de druiven bij het binnenkomen van alle onzuiverheden zoals rotte druiven, takjes en bladeren ontdaan en ontsteeld. Soms kiest een wijnmaker ervoor om de druiven niet te ontstelen als de steeltjes perfect gerijpt zijn. De steeltjes kunnen de wijn van extra kwaliteit en smaak voorzien. 

RODE WIJN

De tweede stap in de vinificatie  van rode wijn is het kneuzen van de druiven. De druiven worden mechanisch gekneusd om het sap te laten vrijkomen. Hierdoor kan het wekingsproces (contact tussen schil en sap)sneller en intenser gebeuren. De kneuzing moet zacht gebeuren om de pitten niet te breken. Pitten geven een bittere smaak aan de wijn. 

De gisting 

Gedurende de eerste gisting worden de suikers omgezet in alcohol en koolzuurgassen. Bij het maken van rode wijn blijven de schillen na het kneuzen bij de most gedurende de hele gisting omdat in dit geval de kleur en aroma’s maximaal onttrokken kunnen worden. 

Bij rode wijnen gebeurt de gisting op een temperatuur tussen de 20 tot 35 graden om een maximum aan extractie te verkrijgen van kleur en smaakstoffen. Na deze eerste gisting volgt, afhankelijk van de wijnsoort, een tweede gisting (malolactische). Het aanwezige appelzuur wordt gedurende deze tweede gisting omgezet in het zachtere melkzuur.
Dankzij dit proces wint de wijn aan geur, smaak en stabiliteit - factoren die voor een goede wijn essentieel zijn. Soms kan deze tweede gisting kort na de alcoholische gisting plaatsvinden, maar kan ook enkele weken later plaatsvinden. Bij rode wijn past men in bijna alle gevallen de malolactische gisting toe. 

WITTE WIJN

De tweede stap in de vinificatie  van witte wijn is het persen van de druiven. Hierdoor kan het wekingsproces (contact tussen schil en sap)sneller en intenser gebeuren. De persing moet zacht gebeuren om de pitten niet te breken. Pitten geven een bittere smaak aan de wijn. 

Het fermentatieproces

Gedurende de eerste gisting worden de suikers omgezet in alcohol en koolzuurgassen. Bij het maken van witte wijn wordt soms een koude pre-fermentatie toegepast: de druiven worden gekneusd en de schillen worden tussen 4 à 24 uur in contact gebracht met de most. De wijn krijgt hierdoor aroma, kleur, geur en smaak. Na deze eerste gisting volgt, afhankelijk van de wijnsoort, een tweede gisting (malolactische). Het aanwezige appelzuur wordt gedurende deze tweede gisting omgezet in het zachtere melkzuur.
Dankzij dit proces wint de wijn aan geur, smaak en stabiliteit - factoren die voor een goede wijn essentieel zijn. Soms kan deze tweede gisting kort na de alcoholische gisting plaatsvinden, maar kan ook enkele weken later plaatsvinden. Bij witte wijn is de malolactische gisting geen regel omdat veel van deze wijnen hun aantrekkelijkheid juist ontlenen aan de frisheid van de appelzuren.

ROSE WIJN

De basis regel voor de kleur van wijn is dat de kleur van een wijn wordt bepaald door de hoeveelheid tijd die de schil in contact is met het sap. Rose wordt dan ook vooral gemaakt van rode druivensoorten.  Rode druiven hebben na persen, net als witte wijndruiven, een kleurloos sap. Pas na een tijdje hebben de schillen van de rode druif, wanneer ze niet uit het mengsel verwijderd zijn, de kans hun kleur af te geven. En zo ontstaat rose.

MOUSSERENDE WIJN

De traditionele methode: Aan de basis van alle mousserende wijnen staat een ‘gewone’ stille wijn. Druiven worden geplukt en geperst waarna door toevoeging van gist een fermentatie optreedt. De suikers in de druiven worden omgezet in o.a. alcohol en koolzuurgas. Dat gebeurt in open vaten zodat het koolzuurgas vervliegt.

Tweede fermentatie: de wijn wordt afgevuld in flessen waaraan een klein beetje wijn met suiker en gist wordt toegevoegd, de zogenaamde ‘liqueur de tirage’. Die flessen worden doorgaans afgesloten met een kroonkurk. Er treedt een tweede fermentatie op, maar omdat de flessen zijn afgesloten kan het koolzuurgas niet ontsnappen. De belletjes blijven in de wijn aanwezig. 

Depot verwijderen. De flessen worden iets schuin in speciale rekken, zogenaamde ‘pupitres’, gezet. Vervolgens worden de flessen volgens een vast patroon heel voorzichtig iets gedraaid en geschud. Steeds worden ze daarbij iets verticaler geplaatst met de hals naar beneden. Dat proces heet ‘remuage’ en wordt soms met de hand, soms met een speciale machine, een ‘gyropalette', gedaan. Door deze techniek toe te passen komen de gistcellen, die hum werk hebben gedaan, heel langzaam in de hals van de fles terecht. En die moeten er natuurlijk nog wel uit.

Dégorgement: hiervoor wordt de hals van de fles even kort bevroren en de kroonkurk verwijderd. Door de druk die in de fles is ontstaan plopt het bevroren stukje, waar de gistcellen zich bevinden, uit de fles. Dit heet de ‘dégorgement’.  Snel wordt er vervolgens een klein beetje wijn bij gedaan om dit ‘verlies’ weer goed te maken. Daar doet men dan gelijk een beetje suiker bij, afhankelijk hoe droog of zoet men de uiteindelijke mousserende wijn wil hebben. Dit heet de ‘liqueur d’expedition’.

Tot slot de kurk: de fles wordt voorzien van een speciale kurk waar een muselet omheen wordt gedaan. Als dat ijzeren frame er niet omheen zou zitten zou de kurk makkelijk uit de fles kunnen ploppen. De druk is inmiddels namelijk wel zo’n 6 bar. De mousserende wijn is dan ‘af’, maar vaak verlaten de flessen de kelders nog niet. Die rijpen nog enkele maanden tot wel jaren door, afhankelijk van de eisen van de wensen van de maker.

BODEMSAMENSTELLING

De bodemsamenstelling heeft een grote invloed op de smaak van de wijn. Dit wordt veroorzaakt door factoren als waterbergend vermogen, luchtigheid, opwarmbaarheid en gehalte aan mineralen. Löss en de onderliggende mergel kunnen veel vocht vasthouden, waardoor er niet vlug een overschot aan water is, maar evenmin veel kans op droogtestress. Door de luchtige structuur is de gasuitwisseling rond de wortels optimaal, en de bodem warmt veel sneller op dan klei. Löss is rijk aan mineralen, de mergelondergrond bevat uiteraard veel kalk en magnesium en bij glauconiet voorkomen ook veel ijzer en kalium.

LOSS EN KALK

De combinatie löss/kalk scoort duidelijk het hoogst op fruitigheid. Bekend is ook dat kalk bijdraagt aan het behoud van zuren en vaak een lichte koolzuur tinteling aan de wijnen geeft. Hoewel vrij noordelijk gelegen, kent het Mergelland dankzij geografie en bodem voldoende warmte om de druiven goed te laten rijpen. Het relatief koele klimaat is eerder gunstig, de Mergellandse druiven kunnen hun volledige fysiologische rijpheid bereiken zonder dat een te hoog oplopend suikergehalte tot voortijdige pluk noopt. Excessieve alcoholgehaltes, een toenemend probleem in zuidelijke wijnstreken, treden niet op. De lange rijpingsperiode (van “veraison” tot oogst) biedt de druif voldoende tijd om aroma, mineralen en extract te verzamelen.

WARMTE EN WATER

Voldoende warmte en zonnestraling overdag zijn uiteraard vereist voor tijdige rijping, voor het smaakprofiel van de wijn spelen koele nachten een grote rol. In warme nachten blijft het metabolisme snel verlopen en gebruikt de druif, bij gebrek aan zonlicht, het appelzuur als energiebron. Koele nachten vertragen de afbouw van appelzuur, zodat de wijn bij rijpheid nog voldoende zuren bevat. Dit zuur verleent de wijn zijn frisheid en speelt een cruciale rol bij de vorming van aroma’s ( met name esters ) tijdens de gisting. De invloed van wateraanbod op de smaak werd onderzocht door Prof. Kees van Leeuwen (École Nationale des Ingénieurs de Travaux Agricole in Bordeaux) . Hij stelde vast dat een licht watergebrek optimaal is voor de kwaliteit. De natuurlijke drainage , het waterbergend vermogen van de bodem en het lage neerslagoverschot in het Mergelland bieden de druiven juist deze conditie.

 

KWALITEIT

Wijnen uit Mergelland worden gekenmerkt door een typische combinatie van fruitigheid, frisse elegantie en mineraliteit. het voor Nederland unieke samenspel van rassenkeuze, bodem, geografie en klimaat. De bijzondere kwaliteit van Mergellandse wijn wordt nationaal en internationaal erkend

AUXERROIS

Auxerrois wordt in het Mergelland op roestvrijstalen vaten gegist en rijpt ongeveer 6 maanden op vat. De wijnen hebben een gemiddeld alcoholpercentage tussen de 11,5% en 12%. Het uiterlijk van de wijnen is licht van kleur (citroengeel) en helder. Sommige wijnen bevatten nog een kleine portie koolzuur wat men tijdens het serveren opmerkt en de consument als positief ervaart (“Spritzigkeit”). In de neus zijn de wijnen heel zuiver met licht primaire aroma’s van rijpe gele appels, soms groene peer. Secundaire aroma’s zijn bij Auxerrois niet op te merken. De smaak van de wijnen is droog met een fijn en zacht zuurgehalte. De wijnen zijn fruitig, licht qua body (mondgevoel) en aroma’s. De aroma’s van appels en peer vindt men in de smaak van de wijnen terug. De afdronk van Auxerrois is vaak mineraal, dat wil zeggen dat er een tintelend gevoel op het achterste gedeelte van de tong ontstaat. De wijnen zijn licht qua complexiteit en intensiteit. De stijl is licht en droog met zachte fruitige aroma’s. 

CHARDONNAY

Chardonnay wordt in het Mergelland zowel op RVS als op eikenhouten vaten gegist en rijpt gemiddeld tussen 6 maanden en 1-2 jaar jaren op vat (zowel RVS als eikenhout) en op fles. De wijnen hebben een gemiddeld alcoholpercentage tussen de 12,5% en 13,5%. Het uiterlijk van de wijnen is helder met als kleur strogeel tot gemiddeld goudgeel (invloed van hout). In de neus zijn de wijnen heel zuiver met fruitaroma’s van citroen, soms suikermeloen.

Secundaire aroma’s zoals boter (door melkzuurgisting), toast en vanille (door het gebruik van hout) en complexe aroma’s zoals gist (door bâtonnage) proeft men doorgaans in Limburgse Chardonnay’s. De smaak van de wijnen is droog.

Het mondgevoel varieert van strak tot smeuïg (afhankelijk van het jaar en de vinificatie). Mergellandse Chardonnay houdt ook na een melkzuurgisting en houtrijping de nodige frisheid over. De wijnen zijn fruitig met een medium body. Fruitaroma’s worden in de smaak vaak versterkt door secundaire aroma’s zoals zuivelaroma’s en houtsmaken. De betere wijnen van deze druif zijn complex (rijk aan verschillenden smaken). De stijl is droog en mondvullend met een flinke portie frisheid. 

RIVANER/MULLER THURGAU

Rivaner/Müller-Thurgau wordt in het Mergelland op roestvrijstalen vaten gegist en rijpt ongeveer 6 maanden op vat. De wijnen hebben een gemiddeld alcoholpercentage tussen de 11,5% en 12%. Het uiterlijk van de wijnen is citroengeel tot strogeel en helder. In de neus zijn de wijnen heel zuiver met een intens vleugje muskaat (als de opbrengst laag gehouden wordt) ondersteunt door een flinke portie fruitaroma’s van rijpe appels en witte steenvruchten (perzik). Secundaire aroma’s zijn bij Rivaner/Müller-Thurgau niet op te merken. De smaak van de wijnen is droog tot off-dry (sommige producenten werken met Süßreserve) met een fijn en zacht zuurgehalte. De wijnen zijn primair fruitig, licht tot medium qua body (mondgevoel) en intense aroma’s. De aroma’s van muskaat en witte steenvruchten vindt men in de smaak van de wijnen terug. De wijnen zijn licht qua complexiteit, maar hebben een gemiddelde tot hoge intensiteit aan aroma’s. De stijl is fruitig en droog/off-dry met een intens muskaat aroma (bij lage opbrengsten). 

PINOT BLANC

Pinot Blanc wordt in het Mergelland op roestvrijstalen vaten gegist en rijpt ongeveer 6 maanden op vat. De wijnen hebben een gemiddeld alcoholpercentage van 12,5%. De wijnen zijn licht van kleur (citroengeel) met groene schakeringen en helder. In de neus zijn de wijnen heel zuiver met zachte geuren van geel fruit en lindebloesem. Secundaire aroma’s zijn bij Pinot Blanc niet op te merken. De smaak van de wijnen is droog met een fijn en zacht zuurgehalte. De wijnen zijn fruitig, licht qua body (mondgevoel) en aroma’s. De aroma’s van geel fruit, soms peer of suikermeloen vindt men in de smaak van de wijnen terug. De wijnen zijn medium qua complexiteit en licht qua intensiteit. De stijl is licht en droog met zachte fruitige aroma’s.

PINOT GRIS

Pinot Gris wordt in het Mergelland op roestvrijstalen vaten gegist en rijpt ongeveer 6 maanden op vat. Er zijn producenten die een klein percentage van hun Pinot Gris op eikenhouten vaten laat rijpen. De wijnen hebben een gemiddeld alcoholpercentage tussen de 12,5% en 13%. Het uiterlijk van de wijnen is intens strogeel, soms goudgeel (invloed van hout) en helder. In de neus zijn de wijnen zuiver met intense geuren van gele peren, honing (soms amandel). Secundaire aroma’s zoals toast en vanille (door het gebruik van hout) komen bij de hout gerijpte versies naar voren. De smaak van de wijnen is droog tot off-dry, extractrijk met een laag tot gemiddeld zuurgehalte. De wijnen zijn fruitig (rijp fruit), medium tot vol qua body (mondgevoel) en aroma’s. Fruitaroma’s worden in de smaak vaak versterkt door secundaire aroma’s als houtsmaken. De betere wijnen van deze druif zijn complex (rijk aan verschillenden smaken) en hebben potentieel om te ouderen (3-8 jaar) De stijl is droog tot off-dry met intense smaken, deels krachtig en fruitig in de afdronk. 

RIESLING

Riesling wordt in het Mergelland op roestvrijstalen vaten gegist en rijpt ongeveer 6 maanden op vat. De wijnen hebben een gemiddeld alcoholpercentage van 11,5%. De wijnen zijn citroengeel en helder van uiterlijk. In de neus zijn de wijnen heel zuiver met intense geuren van witte steenvruchten (perzik) en appels, soms groene peer. Secundaire aroma’s (goût de pétrole) zijn bij Riesling uit het Mergelland na 3-5 jaar op te merken.

De smaak van de wijnen is enorm fruitig, droog met een hoog/verfrissend zuurgehalte. De wijnen zijn fruitig en licht qua body (mondgevoel). De aroma’s van witte steenvruchten en peer vindt men in de smaak van de wijnen terug. Secundaire aroma’s zoals goût de pétrole ervaart de wijnkenner als positief. De afdronk van Riesling is fruitig en aromatisch. De stijl is aromatisch, licht, droog met verfrissende zuren en veel fruit in de afdronk. 

GEWURZTRAMINER

Gewürztraminer wordt in het Mergelland op roestvrijstalen vaten gegist en rijpt ongeveer 6 maanden op vat. De wijnen hebben een gemiddeld alcoholpercentage tussen de 12,5% en 13,5 %. Het uiterlijk van de wijn is intens geel met lichtgouden reflexen. Deze warme gele kleur heeft de wijn te danken aan de rode kleur van de druif. De Geur is een waar aromatisch palet, rijk en overweldigend. De neus is krachtig en complex, een explosie van exotisch fruit (lychee, passiefruit, ananas, mango), bloemen (vooral rozen) , citrusfruit (sinaasappelschil), en specerijen ( kruidkoek, pepermunt, kruidnagel, peper). Vaak komen daar aroma´s bij van honing en rijpe vruchten. De wijn heeft veel body, is gestructureerd en vol. Kenmerkend is dat de zuren vrij discreet zijn. In de afdronk komt het hele aromaspectrum van de neus terug, vaak met nog wat zoethout. 

PINOT NOIR

Pinot Noir wordt in het Mergelland op roestvrijstalen vaten gegist en rijpt ongeveer 6-12 maanden op vat (zowel RVS als eikenhout) en op fles. De wijnen hebben een gemiddeld alcoholpercentage tussen de 12,5% en 13%. Het uiterlijk van de wijnen is robijnrood (bij jonge versies met een violette rand) tot granaatrood en helder. In de neus zijn de wijnen intens en fruitig, geurend naar rode bessen. Door houtrijping komen er secundaire aroma’s van toast (soms vanille) bij. De beste voorbeelden zijn bovendien complex (kruidig, licht medicinaal, bitteramandelen). De smaak van de wijnen is droog en fruitig met een harmonisch zuur/tannine gehalte. De wijnen zijn vol qua body (mondgevoel) en aroma’s. De aroma’s van rode bessen (framboos, aardbeien) proeft men terug in de wijnen. De stijl is complex, intens, droog met zachte fruitige aroma’s en secundaire smaken (bij de betere versies). 

DORNFELDER

Dornfelder wordt in het Mergelland op roestvrijstalen vaten gegist en rijpt ongeveer 6 maanden op vat. De wijnen hebben een gemiddeld alcoholpercentage tussen de 12,5% en 13,5 %. De Dornfelder is ideaal voor herfst en winter, vooral wanneer ze wat rijping heeft gehad. Ze passen dan ook bij stevige vleesgerechten, wild of kaas. Anderzijds bieden ook jonge, fruitige versies, in de zomer zelfs licht gekoeld, veel drinkgenoegen.

De Dornfelder heeft intense fruitaroma’s van amarenekersen, bramen en vlierbessen.

De Dornfelder is een dieprood, besfruit bezittende, stevige wijn. De wijn heeft veel body, is gestructureerd en vol. Kenmerkend is dat de zuren vrij discreet zijn. In de afdronk komt het hele aromaspectrum van de neus terug, vaak met nog wat zoethout. 

VERAISON

Véraison is het verkleuren van witte druiven in de maand augustus. Rode druiven zijn in het begin wit maar onder invloed van warmte en het korter worden van de dagen beginnen ze zich begin augustus verkleuren. Dit luidt het begin van de rijpingsfase in die nog weken kan duren. Ook witte druiven verkleuren. Van licht groen naar donkergroen, rosé of zelfs blauw en grijs. De rode druiven verkleuren van groen naar donkerblauw en zwart. Met de verkleuring worden de schilletjes zachter. De hoeveelheid vitamine C die in jonge druiven veel aanwezig neemt af, de hoeveelheid suiker neemt echter snel toe. Dit laatste gebeurd deels door de omzetting van appelzuur. De druiven zwellen in stadium ook snel en hebben dan ook genoeg water nodig. De zuurgraad daalt en het suikergehalte stijgt. In de smaak wordt de druif dus heel snel zoet! De zuurgraad daalt maar de hoeveelheid zuren blijft nog gelijk. (alleen de druif is groter dus naar verhouding minder zuur) Later als de druiven bijna rijp zijn neemt de hoeveelheid zuren wel af en wordt het bepalen van het moment om te gaan oogsten belangrijk. Dit juiste moment, als de druiven fysiologisch rijp zijn, is soms lastig te bepalen 

VAKMANSCHAP

We hebben het er elke dag over: het weer, hoe het verandert, dat het steeds extremer lijkt te worden, dat het zo heet is voor de tijd van het jaar, dat de zomer niet door zet. Voor de wijnbouw is, onder andere, het weer van groot belang. Niet alleen de Nederlandse wijnboeren ervaren deze uitdaging.

Wijnbouw is mogelijk tussen de 30e en 50e graad noorder- en de 30e en 50e zuiderbreedte. In die gebieden is de winter niet te koud, de zomer warm genoeg, de herfst met af en toe wat neerslag en warmte. Nederland ligt op de 51e graad en dus net buiten de grens. Toch zijn er een heel aantal wijnboeren in Nederland die het doen en lekkere wijn produceren!

Zon (waar we in Nederland nog wel eens gebrek aan ervaren) rijpt de druiven. Hoe meer zon, hoe rijper de druif en des te hoger suikergehalte in de druif. Tijdens de vergisting van de druif zet suiker zich om in alcohol. Het is voor de Nederlandse wijnboeren dan ook een uitdaging om de wijn niet te zuur te krijgen. Net zoals het voor de Macedonische wijnboer een uitdaging is juist wat zuren in de wijn te krijgen, zonder een teveel aan alcohol. Ieder klimaat heeft zijn eigen uitdaging.

In Nederland hebben we in het voorjaar nog vorst gehad. Dit vernietigt de knoppen van de druifstok, waardoor de opbrengst lager kan zijn. Hagelbuien kunnen ook op meerdere momenten een verwoestende uitwerking hebben. Als het vroeg hagelt, worden de jonge uitlopers van de stok kapot gemaakt, als het laat hagelt gaat de druif kapot en rotten. Teveel regen kan de druif ook doen rotten en te weinig zon zorgt voor onrijpe druiven met een te laag suiker gehalte. Tot slot is teveel bladgroei nadelig voor de groei van de trossen en kan een slechte bevruchting (door bijvoorbeeld storm) ervoor zorgen dat 1 tros zowel rijpe als onrijpe druiven bevat.

Het weer is dus van enorm belang bij het verbouwen van druiven. Er zijn veel technische instrumenten die de wijnboeren helpen de oogst te beschermen, maar deze zijn vaak kostbaar en niet voor iedere wijnboer weggelegd. Daarnaast is moeder natuur de baas en kun je je niet overal tegen wapenen.

Druifstokken kunnen op iedere bodem wel groeien, maar hoe vruchtbaarder de grond, hoe hoger de opbrengt en hoe slechter de kwaliteit!  In een bodem waarin een wijnstok zijn wortels diep de grond in moet laten gaan om voedingsstoffen op te nemen, groeien de beste druiven. Druiven nemen hierdoor de smaak van de grond in zich op.

Het is niet voor alle wijngaarden te zeggen wat qua ligging het beste is. Wanneer er weinig zon is, wil je de wijngaard op een plek hebben waar de zon maximaal kan schijnen. In een warm klimaat wil je wat schaduw bieden. Waait het hard, dan ligt een wijngaard beter beschut. Waait het niet en is het warm, dan is water in de buurt weer ideaal zodat de koele bries van het water de druiven kan afkoelen en voorzien van vochtige lucht. Er wordt dus per gebied gekeken naar wat het beste is en daarnaast is de vraag wat voor wijn je wilt produceren. Ga je voor zoet of hoog alcoholpercentage dan heb je de zon nodig. Ga je voor hogere zuren dan zal er meer beschutting moeten zijn.

Natuurlijk is de druivenras van invloed op de wijn die geproduceerd wordt. Ieder ras geeft zijn eigen smaak. Iedere druif die geschikt is om wijn van te maken (Vitis Vinifera) is van binnen kleurloos. Daarom is het mogelijk om van blauwe druiven witte wijn te maken. Rode wijn ontstaat doordat de druiven na het persen weken in de schil. Wanneer er van blauwe druiven witte wijn wordt gemaakt, wordt de schil direct na het persen verwijderd. Een voorbeeld van een blauwe druif die we allemaal kennen, waar witte wijn van wordt gemaakt is Pinot Noir.

Al deze variabelen samen maken het verbouwen van druiven voor de productie van wijn en de productie zelf echt een kwestie van vakmanschap. De wijnboer leert met vallen en opstaan de perfecte druif voor zijn wijngaard te verbouwen en probeert ieder jaar weer dezelfde kwaliteit te halen.

Interesse voor een excursie of proeverij?

Stuur ons een mail: deliwijnboer@gmail.com